Geheugen- en concentratieproblemen bij een kankerbehandeling
Tijdens of na een kankerbehandeling merken heel wat mensen dat onthouden, plannen of concentreren moeilijker gaat. Je leest hier hoe geheugenproblemen kunnen ontstaan en welke technieken je dagelijks leven kunnen ondersteunen.
Klachten
De meest voorkomende klachten zijn aandacht- en concentratieproblemen, geheugenproblemen of vergeetachtigheid, moeite met het organiseren van activiteiten en moeite met meerdere taken tegelijk uitvoeren. Ook mentale traagheid komt vaak voor. Dit betekent dat alles meer mentale inspanning vraagt.
De klachten zijn vaak licht, maar ze kunnen toch duidelijk anders aanvoelen dan vóór de ziekte.
Het geheugen
Het geheugen is het vermogen om informatie op te nemen, op te slaan en later terug op te halen. Informatie terug ophalen kan actief gebeuren, zonder hulp, of passief, door herkenning of door tips.
Bij het geheugen spelen drie stappen samen:
- informatie opnemen;
- informatie opslaan of bewaren;
- informatie terug oproepen.
Informatie kan gaan over zintuiglijke indrukken, persoonlijke ervaringen, algemene kennis, vaardigheden, voornemens of afspraken.
Oorzaken
Een goed werkend geheugen vraagt intacte hersenen en een goede mentale en fysieke gezondheid. Bepaalde ziektes en behandelingen kunnen het geheugen beïnvloeden.
Bij mensen met kanker kunnen verschillende elementen meespelen:
- de ziekte zelf.
- de behandeling, zoals chemotherapie of radiotherapie.
- aandachts- en concentratieproblemen waardoor informatie minder goed wordt opgenomen.
- te veel spanning, haast of juist slaperigheid.
- mentale of lichamelijke vermoeidheid.
- piekeren, faalangst, minder interesse of minder motivatie.
- pijn
- medicatie
- een combinatie van verschillende factoren.
Het is vaak moeilijk om één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Ondanks onderzoek blijven hierover vragen bestaan. Cognitieve problemen na een behandeling voor kanker komen vaak voor en verdienen aandacht.
Je geheugen ondersteunen
Vergeetachtigheid wordt vooral een probleem wanneer het moeilijk wordt om normaal en zelfstandig te functioneren. je kan dit zelf merken, maar ook je omgeving kan veranderingen opmerken. Dat betekent niet dat het probleem blijvend of onoplosbaar is. Bespreek aanhoudende of hinderlijke klachten met het zorgteam.
Deze technieken ondersteunen aandacht, opnemen van informatie, bewaren van informatie en terug oproepen van informatie:
Aandacht verbeteren
- Ondersteun acties hardop. Zeg bijvoorbeeld hardop wat er moet gebeuren of wat er op dat moment gebeurt.
- Herhaal of omschrijf belangrijke informatie kort.
- Beperk storingen. Schakel bijvoorbeeld de radio uit tijdens het lezen.
- Pas het tempo aan en las pauzes in.
- Maak het belang van informatie duidelijk. Denk bijvoorbeeld: “Als deze afspraak vergeten wordt, dan heeft dat gevolgen.”
Informatie beter opnemen
- Groepeer informatie in categorieën. Schrijf boodschappen bijvoorbeeld per soort op.
- Tel het aantal items. Dat kan later helpen om na te gaan of alles erbij staat.
- Splits lange informatie op in kleinere stukken, zoals bij een telefoonnummer.
- Koppel nieuwe informatie aan iets dat je al kent.
- Maak in je hoofd een beeld van wat je moet onthouden. Een opvallend of ongewoon beeld blijft vaak beter hangen.
- Maak een kort verhaal, rijmpje of sleutelwoord om informatie te onthouden.
Informatie bewaren
- Leer nieuwe informatie regelmatig en in kleine hoeveelheden.
- Stop niet na één foutloze herhaling.
- Blijf regelmatig herhalen wanneer de informatie gekend is. Zo blijft ze langer bewaard.
Informatie terug oproepen
- Probeer te ontspannen wanneer iets niet meteen lukt.
- Verleg even de aandacht, bijvoorbeeld door kort iets anders te doen.
- Geef voorwerpen een vaste plaats en werk met vaste routines.
- Keer op je stappen terug: waar was de persoon, wat gebeurde er, wat was de gewoonte?
- Zoek alfabetisch wanneer een naam of woord niet meteen komt.
- Reconstrueer de context: wat gebeurde er op dat moment?
- Vraag tips of hints aan je omgeving.
- Gebruik externe hulpmiddelen, zoals een agenda, kalender, notities, memobord of alarmfunctie op gsm of computer.
Tips bij dagelijkse situaties
Spullen niet terugvinden
- Breng structuur aan en creëer vaste gewoontes.
- Leg sleutels, portefeuille, bril of gsm altijd op dezelfde plaats.
- Denk eerst aan de gewoonte: waar ligt het normaal?
- Keer op je stappen terug: wat gebeurde er toen je binnenkwam?
- Sta even stil wanneer iets wordt weggelegd en zeg hardop waar het ligt.
- Maak een opbergsysteem voor spullen die minder vaak nodig zijn, bijvoorbeeld met dozen met een duidelijk etiket.
Iets onderweg vergeten
- Visualiseer de route en het punt waar iets anders moet gebeuren.
- Hang een post-it op het voorwerp dat je moet meenemen, zoals sleutels of agenda.
- Noteer de taak in je agenda of stel een alarm in.
Boodschappen vergeten, ook met een lijstje
- Leg het lijstje op een vaste plaats en vul het meteen aan wanneer iets nodig is.
- Loop voor vertrek door het huis en kijk per kamer wat nodig is.
- Groepeer producten per winkel, per soort of volgens de route in de supermarkt.
- Tel het aantal producten.
- Kruis producten af tijdens het winkelen.
Het woord ligt op het puntje van de tong
- Overloop het alfabet wanneer een naam of woord niet meteen komt.
- Zeg enkele zinnen hardop die uitdrukken wat je bedoelt.
- Denk even aan iets anders en probeer te ontspannen.
Namen onthouden
- Kijk de persoon aan en maak oogcontact.
- Herhaal de naam enkele keren tijdens het gesprek.
- Vraag opnieuw naar de naam wanneer dat nodig is.
- Stel voor hoe de naam geschreven wordt.
- Schrijf de naam achteraf op, bijvoorbeeld in je agenda.
- Koppel de naam aan een neutraal herkenningspunt.
- Herhaal de naam later op de dag nog eens.
Cijfers onthouden
- Vraag eerst of het echt nodig is om het cijfer uit het hoofd te kennen.
- Sla een telefoonnummer meteen op in je gsm.
- Geef een cijfer betekenis, bijvoorbeeld door het te koppelen aan een bekend jaartal.
- Splits cijfers op en koppel ze aan bekende cijfers.
- Zoek logica in de volgorde.
- Visualiseer de beweging die maakt wanneer je het nummer intoetst.
Na het lezen niet meer weten wat er stond
- Neem potlood en papier en maak korte aantekeningen.
- Onderlijn, omcirkel of noteer een korte opmerking bij de tekst.
- Kijk achteraf naar de notities en herhaal de inhoud in je eigen woorden.
- Schrijf bij een boek de namen van personages en hun relaties op.
- Maak per hoofdstuk een korte samenvatting.
- Stop even bij belangrijke informatie en laat die doordringen.
Moeite met oriënteren of de weg terugvinden
- Let op richtingen en herkenningspunten.
- Lees instructies hardop en zoek onderweg herkenningspunten.
- Maak associaties met straatnamen, letters, symbolen of plaatsen.
- Koppel de parkeerplaats aan een herkenningspunt.
Moeite met herinneringen ophalen
- Zoek referentiepunten, zoals belangrijke gebeurtenissen of periodes.
- Denk aan het beeld of de omgeving waarin iets gebeurde.
- Praat over vroeger met familie of vrienden.
- Bekijk fotoboeken of andere herinneringen.
Praktische tips
- Kies de techniek die het best bij jou en de situatie past.
- Gebruik hulpmiddelen zonder schaamte. Iedereen gebruikt geheugensteuntjes.
- Gebruik een agenda ook als notitieboek, adresboek of telefoonlijst.
- Maak orde en vaste routines. Dat maakt het geheugen minder belast.
- Schakel stoorzenders uit wanneer je je moeten concentreren.
- Als visualiseren je helpt, maak de beelden dan zo opvallend mogelijk.
- Geheugentechnieken vragen oefening en gewenning. Regelmatig oefenen helpt.