Lumbale fusie
Na overleg met je behandelende arts werd gekozen om een rugoperatie uit te voeren. We vatten de belangrijkste aspecten van deze chirurgische ingreep voor je samen.
De ingreep
Een lumbale fusie wordt uitgevoerd bij patiënten met ernstige slijtage van de tussenwervelschijven aan de lage onderrug of met afwijkingen aan de wervels zelf.
De wervelkolom bestaat uit hals-, borst- en lendenwervels. Tussen de wervels zit telkens een tussenwervelschijf of discus. Een discus is een stevig omhulsel met daarin een elastische, vervormbare kern die voor grote veerkracht zorgt. Wanneer je ouder wordt, kunnen deze tussenwervelschijven beschadigd raken, afvlakken en hun elasticiteit verliezen.
Deze slijtage veroorzaakt instabiliteit of een verschuiving van de wervels waardoor pijnklachten ontstaan. In een aantal gevallen wordt de verschuiving veroorzaakt door een afwijking op kinderleeftijd die verder evolueert.
Een operatie is nodig wanneer zachte behandelingsmethoden zoals rust, medicatie en oefentherapie niet leiden tot voldoende verbetering van de klachten.
Bij deze ingreep verbinden we twee of meer lendenwervels stevig met elkaar met behulp van platen en schroeven. We vergroten ook de ruimte tussen de wervels. Zo maken we de wervelkolom stabieler en proberen we de pijn die uitstraalt naar het been te verminderen.
De tussenwervelschijf wordt vervangen door één of twee kooitjes. Deze kooitjes worden gevuld met een botvervangend middel. Dit botsubstituut wordt niet terugbetaald door het ziekenfonds en meestal ook niet door je hospitalisatieverzekering.
Na deze ingreep verblijf je maximaal vijf dagen in het ziekenhuis.

Mogelijke complicaties
Complicaties bij een lumbale fusie zijn zeldzaam, ook dankzij onze uitgebreide ervaring met deze ingreep. Mogelijke complicaties zijn:
- Een scheurtje in de durazak, het vlies rond de zenuwen. Dat wordt tijdens de operatie meteen dichtgenaaid en/of dichtgeplakt waardoor je geen problemen ervaart.
- Zenuwbeschadiging, die zorgt voor problemen met kracht en gevoel in het been: dit is een zeer zeldzame complicatie, die voorkomen wordt door een loepbril of operatiemicroscoop.
- In zeldzame gevallen kan na de operatie een wondinfectie of nabloeding optreden.
- Anti-trombosekouwsen voorkomen bloedklonters in de benen.
Kostprijs
Tijdens de ingreep kan de chirurg beslissen om bepaalde materialen te gebruiken die het ziekenfonds niet terugbetaalt. Vaak komt ook de hospitalisatieverzekering niet tussen in deze kosten.
Voor het berekenen van de kostprijs van je ingreep, kun je onze digitale berekeningstool gebruiken en contact opnemen met de dienst Facturatie.
Je verblijf in het ziekenhuis
Voor je opname
Voor je ingreep is het belangrijk dat je de chirurg op de hoogte brengt van bloedverdunnende medicatie die je gebruikt, zoals Marevan, Sintrom, Asaflow, Plavix, Xarelto, Pradaxa of Marcouma. Meld ook eventuele allergieën, zeker voor antibiotica of ontsmettingsmiddelen zoals joodhoudende producten (bijvoorbeeld Isobetadine). Is de chirurg hiervan nog niet op de hoogte? Verwittig dan zo snel mogelijk het secretariaat Neurochirurgie.
De dag van de ingreep
De verpleegkundige zal je laten weten wanneer je naar de operatiezaal vertrekt. Je krijgt hulp bij het aantrekken van het operatiehemd en de anti-trombosekousen en krijgt de medicatie die de anesthesist heeft voorgeschreven. Bril, contactlenzen, juwelen, piercings en andere losse voorwerpen laat je op de kamer. Nagellak en make-up verwijder je vooraf. Ga indien mogelijk nog even naar het toilet. We brengen je in bed naar het operatiekwartier.
De ingreep gebeurt onder algemene verdoving. Een anesthesieverpleegkundige plaatst een infuus in je arm waarna de anesthesist je in slaap brengt. Wanneer je onder narcose bent, neemt het anesthesietoestel je ademhaling over. Je vitale functies worden continu geregistreerd. Als de ingreep voorbij is, word je terug in bed gelegd en naar de ontwaakruimte gebracht. Pas als je goed wakker bent en de pijn onder controle is, beslist de anesthesist dat je terug naar je kamer mag gaan.
Je hebt een infuus en een pijnpomp en een blaassonde voor de afloop van je urine. Er is ook een wonddrain. Dit is een katheter waardoor overtollig bloed loopt. Na de operatie heb je 2 dagen bedrust.
Vraag hulp als je van houding wil veranderen. De verpleegkundige komt regelmatig langs om je infuus, drain, blaassonde, verband, pijn en bloeddruk te controleren.
De eerste dag na de ingreep
Een verpleegkundige komt je wassen. Je mag terug water beginnen drinken en eventueel een lichte maaltijd eten. Bij het eten mag je eventueel wat rechter zitten.
Het infuus en de pijnpomp, de drain en de blaassonde blijven zitten tot de volgende dag. Er komt een kinesitherapeut langs om enkele oefeningen in bed te doen.
De tweede dag na de ingreep
Het infuus en de pijnpomp, de drain en de blaassonde worden verwijderd. Vanaf nu mag je uit bed als je een steunkorset draagt. Een verpleegkundige zal je helpen het korset aan te trekken. Laat de verpleegkundige weten wanneer je naar het toilet gegaan bent nadat de blaassonde is verwijderd.
De kinesitherapeut komt opnieuw langs om nu wat te stappen in je kamer of in de gang.
Ontslag
Wanneer je naar huis mag, krijg je ontslagpapieren mee en alle nodige informatie voor de verdere opvolging. Dat gaat van de datum voor het verwijderen van de hechtingen of haakjes, een controle-afspraak, de aanvraag voor een radiologisch onderzoek, medicatievoorschriften tot eventueel een voorschrift voor thuisverpleging. We controleren ook nog eens je verband.
In sommige omstandigheden vraagt het ontslag een uitgebreidere voorbereiding, bijvoorbeeld als er door je aandoening een vermindering van de neurologische functies is of als er thuis niet voldoende omkadering is. Samen met jou en je omgeving zoeken we dan naar een geschikte oplossing. De Sociale dienst kan je op een deskundige en discrete wijze begeleiden bij eventuele hindernissen.
Richtlijnen voor thuis
- De wonde moet droog blijven tot de hechtingen worden verwijderd. Douchen wordt afgeraden.
- Het wondverband moet niet dagelijks ververst worden, enkel als het nodig is.
- De hechtingen of haakjes kunnen een tiental dagen na de ingreep verwijderd worden door je huisarts.
- De eerste zes weken moet je vooral veel wandelen. Zwemmen, fietsen en lopen zijn niet toegelaten.
- Rijden met de auto is niet toegelaten. Korte ritjes als passagier mogen wel.
- Je mag de eerste zes weken niets tillen.
- Na zes weken voorzien we een controle-afspraak bij de neurochirurg. Tot dan moet je je korset dragen. Daarna bepaalt de arts of je het korset verder moet dragen.
- Voorzichtig seksueel contact is toelaten.